Welkom beste bezoeker

De eerste "Belgische" contacten met het duitse turnen werden gelegd door onze landgenoot Joseph Segers(1787-1869). Segers zijn eerste contacten met het turnen kwamen van jahn. Ondanks het Duitse turnverbod realiseerde Segers in 1819 een eigen zwemrichting aan de oevers van de rijn waar hij ook turntoestellen onderwees. Hij publiceerde ook verscheidene werken over turnen, waaronder zijn "handleiding tot de meest nuttige lichaamsoefeningen" die in 1839 werd gedrukt in Breda.

Tijdens een bezoek aan Antwerpen maakte Segers kennis met de familie Isenbeart, waarvan hij de zoon Joseph Isenbeart meenam naar Bonn en hij zich liet verleiden door de lessen lichamelijke opvoeding van zijn landgenoot. Isenbeart bekwaamde zich op korte tijd in de gymnastiek, het zwemen en het schermen. Bij zijn terugkeer naar Antwerpen schreef hij zich in aan de Antwerpse acedemie. In zijn vrije tijd ging al zijn aandacht naar het turnen hiervoor werden in de tuin van zijn vader de nodige toestellen geplaatst en ging hij met vrienden aan de slag.

Op 1 mei 1839 richtten zij de "Socëité de Gymnastique et d'armes" deze vereniging telde 14 leden en spitste zich vooral toe op de duitse turnmethode. Zo werd Antwerpen de bakermat van het turnen in België.

In 1846 werd er een eerste turnzaal ingericht en kwamen steeds meer particulieren zijn cursussen volgen. In 1846 kon hij voor het eerst beschikken over een turnzaal, waarin hij zowel las gaf aan mannen en vrouwen. in 1853 liet hij op de meir zelf een turnzaal (23 x 11 meter) bouwen.

In 1865 liet hij de Sociëté de Gymnastique over aan Jacob Happel(1833-1917). Happel bleef meer dan 50 jaar verbonden met de Sociëté de Gymnastique et d'armes en opende in 1873 een eigen turninrichting op de kunstlei in Antwerpen. Hier werd er meer toegespitst op de zweedse gymnastiek.

Ongeveer gelijktijdig met Antwerpen werden er ook in Brussel initiatieven ontwikkeld voor de turnsport. De fransman Triat(1813-1881) starte er met een eigen gymnastiek lokaal. Later werd de Antwerpse turntraditie voortgezet door Nicolaas Cupérus(1842-1928).

In de tweede helft van de 19de eeuw zagen meer turnverenigen het daglicht e, o,twikkelde de turnsport zich tot een massabeweging. In 1865 gingen deze verenigingen un krachten bundelen in het Belgisch Turnverbond. De koninklijkbe belgische turnbond splitste in twee landelijke federaties nl. De Vlaamse Turnliga (VTL) en de Association des Sociëté Franccophonesde Gymnastieke. De Vlaamse Turnliga telde in 1983 180.000 leden die 105 clubs vertegenwoordigden.